ECLI:NL:RVS:2008:BE9718

Raad van State

Datum uitspraak
3 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200707225/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.C.K.W. Bartel
  • R.H. Lauwaars
  • S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard tegen vrijstelling bestemmingsplan Het Beloofde Land

Het college van burgemeester en wethouders van Voorst verleende op 16 juli 2007 vrijstelling van het bestemmingsplan "Buitengebied 1996" voor grondwerkzaamheden en beplanting op het landgoed Het Beloofde Land te Klarenbeek. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vrijstelling en stelden beroep in bij de rechtbank Zutphen, die dit beroep ongegrond verklaarde op 3 september 2007.

Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 24 juni 2008. In een samenhangende zaak werd het bestemmingsplan zelf vernietigd omdat het van rechtswege was goedgekeurd, maar het beroep tegen die goedkeuring werd ongegrond verklaard.

De Afdeling oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een belang bij een inhoudelijke beoordeling van de vrijstelling en de uitspraak van de rechtbank rechtvaardigden. Hierdoor was het belang van appellanten vervallen en werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep tegen de vrijstelling van het bestemmingsplan is niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen belang.

Uitspraak

200707225/1.
Datum uitspraak: 3 september 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellanten], wonend en gevestigd te [plaats],
tegen de uitspraak in zaak nrs. 07/1358 en 07/1359 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen van 3 september 2007 in het geding tussen:
[appellanten]
en
het college van burgemeester en wethouders van Voorst.
1. Procesverloop
Bij besluit van 16 juli 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Voorst (hierna: het college) aan [belanghebbende A] en [belanghebbende B] (hierna: [derde-belanghebbende]) vrijstelling verleend van het bestemmingsplan "Buitengebied 1996" ten behoeve van grondwerkzaamheden en de aanleg van de beplanting op het nieuwe landgoed Het Beloofde Land aan de Oudhuizerstraat te Klarenbeek.
Bij uitspraak van 3 september 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep - voor zover van belang - ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 oktober 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 9 november 2007.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
[derde-belanghebbende] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 juni 2008, waar [appellanten], vertegenwoordigd door mr. J. Veltman, en het college, vertegenwoordigd door drs. ing. R. Mensink en drs. P.S.E. Dekker, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn als partij gehoord het college van gedeputeerde staten van Gelderland, vertegenwoordigd door mr. H.J.R.M. Nelissen, ambtenaar in dienst van de provincie, en [derde-belanghebbende], vertegenwoordigd door mr. A.P.W. Esmeijer, advocaat te Enschede.
2. Overwegingen
2.1. Bij uitspraak van heden in zaak nr.
200706698/1, voor zover hier van belang, heeft de Afdeling het besluit omtrent de goedkeuring van het bestemmingsplan "Buitengebied 1996, partiële herziening Het Beloofde Land" (hierna: het bestemmingsplan) vernietigd, omdat dat plan van rechtswege was goedgekeurd. Het beroep tegen de goedkeuring van rechtswege van [appellanten] heeft de Afdeling ongegrond verklaard. Het bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologische kader voor de aanleg van het landgoed Het Beloofde Land, waarop (ook) de vrijstelling betrekking heeft. Nu niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een belang bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak en de verleende vrijstelling kan worden aangenomen, moet worden geoordeeld dat het belang bij beoordeling van de rechtmatigheid van de vrijstelling en de aangevallen uitspraak is vervallen.
2.2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, voorzitter, en mr. R.H. Lauwaars en mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Wijers, ambtenaar van Staat.
w.g. Bartel w.g. Wijers
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 3 september 2008
17-444