Uitspraak
200100668/1) heeft de Afdeling overwogen dat het Interim-aanwijzingsbesluit tot doel heeft compensatie te bieden voor het uitblijven van het op kosten van het Rijk aanbrengen van geluidwerende voorzieningen. Door eerst bij besluit van 28 april 2000 te zoneren werden in de periode voor inwerkingtreding van dat besluit geen geluidwerende voorzieningen op kosten van het Rijk aangebracht, terwijl daar naar het oordeel van de Afdeling, wel aanspraak op bestond. Bij besluit op bezwaar van 10 december 2002 heeft de minister, gevolg gevend aan voormelde uitspraak van de Afdeling in het Interim-aanwijzingsbesluit een bepaling betreffende de vergoeding van door eigenaren/bewoners in de periode tussen 1 oktober 1988 en 12 mei 2000 in eigen beheer en voor eigen rekening aangebrachte geluidsisolerende voorzieningen ingevoegd.