Uitspraak
200505312/1reeds tot het oordeel is gekomen dat hij procesbelang heeft.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen weigerde aanvankelijk bouwvergunning voor een paardenstal met tien paardenboxen op een perceel in Amstelveen. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar gegrond en stelde dat de aanvraag om bouwvergunning had moeten worden aangehouden totdat de Afdeling bestuursrechtspraak had beslist over het verzoek om schorsing van de verleende milieuvergunning.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit niet-ontvankelijk. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant belang had bij een beoordeling van het besluit omdat hij sinds 2004 geen eigenaar meer was, maar nog steeds schade kon lijden door de weigering.
De Afdeling stelde vast dat de aanhoudingstermijn op grond van artikel 52 Woningwet Pro reeds was beëindigd op het moment van het besluit in 2006, omdat het verzoek om voorlopige voorziening milieuvergunning was ingetrokken in 2004. Het college had daarom het besluit van 17 augustus 2006 moeten heroverwegen met inachtneming van de actuele feiten en omstandigheden. Het besluit was in strijd met artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht genomen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar, en droeg het college op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 17 augustus 2006 is vernietigd en het college is opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen.