ECLI:NL:RVS:2008:BF0320
Raad van State
- Hoger beroep
- C.W. Mouton
- P.A.M.J. Graat
- Rechtspraak.nl
Weigering afgifte Verklaring Omtrent het Gedrag voor taxichauffeur vanwege justitiële antecedenten
Appellant verzocht om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) ten behoeve van de verlenging van zijn chauffeurspas om als taxichauffeur te kunnen werken. De minister van Justitie weigerde de afgifte van de VOG vanwege meerdere justitiële antecedenten van appellant, waaronder geweldsdelicten, bedreiging, belaging, diefstal en verkeersovertredingen.
De minister baseerde zijn besluit op artikel 35 van Pro de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en de Beleidsregels 2004, waarin is bepaald dat bij relevante antecedenten binnen vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de VOG kan worden geweigerd. Volgens het screeningsprofiel voor taxichauffeurs bestaat er een verhoogd risico vanwege de aard van het werk, waarbij sprake is van verantwoordelijkheid voor het welzijn en de veiligheid van passagiers.
De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling oordeelde dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de antecedenten van appellant een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van het beroep van taxichauffeur. Het niet kunnen uitoefenen van het beroep is een voorzienbaar gevolg van de weigering van de VOG.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG vanwege relevante justitiële antecedenten van appellant.