ECLI:NL:RVS:2008:BF0948

Raad van State

Datum uitspraak
17 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200708675/1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Lubberdink
  • P.A. Offers
  • T.M.A. Claessens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 Wet op de Ruimtelijke Ordening
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vrijstelling en bouwvergunning voor uitbreiding school binnen stankcirkel veehouderij

Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen verleende op 29 augustus 2006 vrijstelling en een bouwvergunning voor de uitbreiding van een school op het perceel Schoterlandseweg 19 te Oudehorne. De vrijstelling was noodzakelijk omdat de uitbreiding buiten het bouwvlak van het bestemmingsplan 'Oude- en Nieuwehorne' viel.

Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat de uitbreiding binnen de stankcirkel van zijn melkrundveehouderij niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.

De Raad van State overwoog dat de uitbreiding beperkt is tot een lokaal van ongeveer 93 m2 en geen nieuwe school betreft. De uitbreiding is noodzakelijk vanwege een toename van het aantal leerlingen en binnen het bouwvlak zijn grote ruimtelijke bezwaren. De melkrundveehouderij ligt ten noordoosten van de nieuwbouw en de windrichting is overwegend zuidwestelijk. Er zijn geen klachten van leerlingen of leraren over de melkrundveehouderij. Gelet hierop is het college in redelijkheid tot verlening van de vrijstelling kunnen overgaan.

Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

200708675/1.
Datum uitspraak: 17 september 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak in zaak nr. 07/636 van de rechtbank Leeuwarden van 1 november 2007 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen.
1. Procesverloop
Bij besluit van 29 augustus 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen (hierna: het college) aan de gemeente Heerenveen vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het vergroten van een school op het perceel Schoterlandseweg 19 te Oudehorne.
Bij besluit van 23 januari 2007 heeft het college het daartegen door
[appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 1 november 2007, verzonden op 2 november 2007, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 december 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 9 januari 2008.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 augustus 2008, waar [appellant], bijgestaan door mr. P.P.A. Bodden, advocaat te Nijmegen, en het college, vertegenwoordigd door mr. G.H.D. van der Veer en T. Jansen, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het bouwplan voorziet in de aanbouw van een extra lokaal van ongeveer 93 m2 ten noorden van het bestaande schoolgebouw. Door middel van een doorgang van 2,4 m wordt het bouwwerk met het bestaande schoolgebouw verbonden.
2.2. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Oude- en Nieuwehorne" (hierna: het bestemmingsplan) rust op de gronden waarop het bouwplan is voorzien de bestemming "Maatschappelijke doeleinden". Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat het is voorzien buiten het op de plankaart aangegeven bouwvlak.
In verband met deze strijdigheid heeft het college vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening verleend.
2.3. [appellant] heeft zich in hoger beroep beperkt tot het betoog dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college de vrijstelling in redelijkheid heeft mogen verlenen, omdat er geen wijzigingen ten nadele optreden in het leefklimaat voor de kinderen die de school bezoeken. Volgens hem is het niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening is om - binnen de stankcirkel van de door hem geëxploiteerde melkrundveehouderij - op 40 m een uitbreiding van het bestaande schoolgebouw toe te staan.
2.3.1. Het bouwplan is weliswaar gelegen in de zogeheten stankcirkel van de melkrundveehouderij, maar voorziet slechts in een beperkte uitbreiding van het bestaande schoolgebouw en niet in de vestiging van een nieuwe school. De gemeente is overgegaan tot uitbreiding van het schoolgebouw in verband met de toename van het aantal leerlingen dat zich in de jaren tot aan de verlening van de vrijstelling heeft voorgedaan. Tot 2013 wordt nog een geringe toename van het aantal leerlingen verwacht. Realisering van de nieuwbouw binnen het bouwvlak stuit, naar het college heeft gesteld en [appellant] niet heeft bestreden, op grote ruimtelijke bezwaren. De melkrundveehouderij is ten noordoosten van de nieuwbouw gelegen en de wind ter plaatse komt overwegend uit zuidwestelijke richting. De aanwezigheid van de melkrundveehouderij levert - naar niet in geschil is - geen klachten op van leerlingen en leraren.
Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het college in redelijkheid niet tot verlening van vrijstelling voor de aanbouw heeft kunnen overgaan. Het betoog faalt.
2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. T.M.A. Claessens, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.A.W. Huijben, ambtenaar van Staat.
w.g. Lubberdink w.g. Huijben
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2008
313-530.