ECLI:NL:RVS:2008:BF0957

Raad van State

Datum uitspraak
10 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200806106/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • M.W. Wijers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning voor starterswoningen in Bakel

Het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel verleende op 5 december 2007 aan Goed Wonen een vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van vijf starterswoningen aan de Dorpsstraat te Bakel. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 11 maart 2008 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch het beroep van verzoekers tegen het besluit op 26 juni 2008 eveneens ongegrond.

Verzoekers stelden hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten de voorzitter om een voorlopige voorziening te treffen om uitvoering van de bouwvergunning te schorsen. De voorzitter behandelde het verzoek op 28 augustus 2008 en overwoog dat genomen besluiten in het algemeen uitvoerbaar zijn, ook als daartegen rechtsmiddelen zijn ingesteld, zeker wanneer de rechter in eerste aanleg het beroep ongegrond heeft verklaard.

De voorzitter vond geen aanleiding om aan te nemen dat de uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zou blijven of dat de vrijstelling en bouwvergunning onrechtmatig waren verleend. Gezien de belangen en het feit dat de vergunninghouder op eigen risico gebruikmaakt van de vergunning zolang deze niet onherroepelijk is, wees de voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor vijf starterswoningen is afgewezen.

Uitspraak

200806106/2.
Datum uitspraak: 10 september 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoekers], allen gevestigd, onderscheidenlijk wonend, te [woonplaats],
tegen de uitspraak in zaak nrs. 08/1721 en 08/1416 van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 26 juni 2008 in het geding tussen:
verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel.
1. Procesverloop
Bij besluit van 5 december 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel (hierna: het college) aan Goed Wonen vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van vijf starterswoningen aan de Dorpsstraat 72-72a-74-74a en 76 te Bakel.
Bij besluit van 11 maart 2008 heeft het college het door verzoekers (hierna: [verzoekers]) daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 26 juni 2008, verzonden op 30 juni 2008, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch het door [verzoekers] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 augustus 2008, hoger beroep ingesteld. Voorts hebben zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 augustus 2008, waar [verzoekers], vertegenwoordigd door mr. L.M.A. Schrieder, en het college, vertegenwoordigd door mr. A.A.M. Kuijken en ir. N.J.N. Schlegel, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
Voorts is daar Goed Wonen, vertegenwoordigd door J. Wismans, gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Genomen besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit uitgangspunt geldt temeer, indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het tegen het besluit ingestelde beroep ongegrond heeft bevonden.
2.2. Hetgeen [verzoekers] naar voren hebben gebracht, geeft geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans tenslotte zal blijken dat voor het bouwplan geen vrijstelling en bouwvergunning mochten worden verleend.
Gelet hierop en op de betrokken belangen, bestaat aanleiding het verzoek af te wijzen. Daarbij geldt overigens dat de vergunninghouder op eigen risico van de vergunning gebruik maakt, zolang deze niet in rechte onaantastbaar is, ook als een verzoek om schorsing daarvan, zoals in dit geval, wordt afgewezen.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Wijers, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb w.g. Wijers
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 10 september 2008
444