ECLI:NL:RVS:2008:BF1390
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging bij opheffing vreemdelingenbewaring zonder zicht op uitzetting
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de beslissing van de rechtbank ’s Gravenhage die zijn inbewaringstelling op 6 juni 2008 handhaafde en zijn beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling was eerder elf maanden in vreemdelingenbewaring geweest, welke was opgeheven door de staatssecretaris na een belangenafweging.
De vreemdeling stelde dat de eerdere opheffing mede was bepaald door het ontbreken van zicht op uitzetting en dat hij feitelijk niet uitzetbaar was gebleken. De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris bij de opheffing van de eerdere bewaring het belang van de vreemdeling, mede vanwege de lange duur en het lopende Interpol-onderzoek, heeft laten prevaleren boven de belangen van de maatregel. Dit impliceert echter niet dat de opheffing mede was bepaald door het ontbreken van zicht op uitzetting.
De Raad van State bevestigde dat er geen grond is om te oordelen dat de opheffing mede bepaald was door het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Hierdoor werd niet toegekomen aan de beoordeling of bij oplegging van de nieuwe maatregel zicht op uitzetting bestond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het verzoek om schadevergoeding af.