Uitspraak
200404773/1) dient de rechter, binnen het kader van de in artikel 8:29 van Pro de Awb opgenomen procedure, in welk verband alleen de rechter kennis neemt van de geheimgehouden documenten, te beoordelen of met betrekking tot die documenten tot een juiste beslissing inzake de openbaarmaking is gekomen. Deze beoordeling kan niet plaatsvinden indien de rechter, zoals in dit geval, geen kennis heeft kunnen nemen van de geheimgehouden stukken. In zoverre er van uit moet worden gegaan dat de rechtbank niet zelf van die stukken heeft kunnen kennisnemen, is haar oordeel dat de korpsbeheerder door het verstrekken van het overzicht aan het verzoek van [appellant] heeft voldaan dan ook onbegrijpelijk. Het betoog slaagt.