ECLI:NL:RVS:2008:BF7194
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- W. van den Brink
- C.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling voor jaarlijks schuttersfeest ondanks bezwaar appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente verleende op 6 september 2005 vrijstelling aan de Diepenheimse Schutterij voor het jaarlijks gebruik van een terrein voor het driedaagse schuttersfeest. Appellant maakte bezwaar tegen deze vrijstelling, dat door het college en later door de rechtbank Almelo ongegrond werd verklaard.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college niet bevoegd was vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19 WRO Pro, maar artikel 17 had Pro moeten toepassen vanwege het tijdelijke karakter van het gebruik. Dit verweer faalde omdat het gebruik weliswaar tijdelijk per jaar is, maar niet beperkt in jaren. Verder voerde appellant aan dat het college de zienswijzen onzorgvuldig behandelde en dat het compromis uit 2002 aan de vrijstelling in de weg stond, wat door de Raad werd verworpen.
Daarnaast stelde appellant dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende was, mede vanwege mogelijke belemmeringen door de Flora- en faunawet en onvoldoende onderzoek naar de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur. De Raad oordeelde dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de Flora- en faunawet het schuttersfeest niet in de weg staat, mede omdat de benodigde maatregelen duidelijk waren omschreven. Ook was het terrein niet gelegen binnen de PEHS.
Tot slot faalde het betoog dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar alternatieve locaties, omdat het college aannemelijk had gemaakt dat het gekozen terrein de voorkeur verdient. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.