Uitspraak
200801150/1dat een deel van de berging is opgericht op gronden waarvan [verzoekers] mede-eigenaren zijn, terwijl dit ook bekend was, zodat ook daarom geen sprake kan zijn van een overtreding van geringe ernst. Het college kan niet worden gevolgd in de stelling dat sprake zou zijn van een geringe planologische inbreuk, omdat bij andere woningen ook bergingen zijn gebouwd. Evenmin kan het college zich met vrucht beroepen op de uitspraak van 18 augustus 2000 in zaak nr. 199903267/1 - waarin werd geoordeeld dat in redelijkheid van handhaving kon worden afgezien ondanks het feit dat de voorgenomen legalisering nog enige tijd op zich zou laten wachten - reeds omdat het in dat geval ging om een overtreding van relatief geringe ernst.