Uitspraak
200708180/1) kan op grond van het rapport niet met zekerheid worden gesteld dat een uitbreiding van een bestaande veehouderij in de nabijheid van een natuurgebied geen significante negatieve gevolgen voor dat gebied heeft indien de ammoniakdepositie door de veehouderij op de dichtstbijzijnde rand van het gebied niet meer bedraagt dan 5% van de kritische depositiewaarde. De omstandigheid dat de totale depositie volgens het rapport naar verwachting in 2015 zal zijn afgenomen, wat daarvan verder zij, biedt die zekerheid niet. Daarbij betrekt de Afdeling dat in het rapport geen indicatie is gegeven van de ontwikkeling van de depositie in de tussenliggende periode tot 2015. Niet uitgesloten is dat een met toepassing van de drempelwaarde van 5% toegestane uitbreiding van een veehouderij in die tussenliggende periode, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, tot significante negatieve gevolgen leidt. Daar komt bij dat volgens het rapport de totale depositie op de in het rapport onderzochte gebieden ook in 2015 boven de kritische belasting zal blijven, terwijl concrete gegevens over de ontwikkeling van de depositie na 2015 ontbreken. Bovendien wordt in het rapport de gemiddelde depositie op het totale natuurgebied als uitgangspunt voor de beoordeling genomen, terwijl de deposities volgens het rapport lokaal sterk van het gemiddelde kunnen afwijken. Langs de randen van een gebied is de piekbelasting op sommige plekken volgens het rapport 5 tot 10 keer zo groot als de gemiddelde depositiewaarde. Op grond van het rapport kan niet worden uitgesloten dat een met toepassing van de drempelwaarde van 5% toegestane uitbreiding van een veehouderij, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante negatieve gevolgen heeft voor zwaarder dan gemiddeld belaste delen van een natuurgebied.