Uitspraak
200705919/1.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht verleende op 13 november 2007 een vergunning voor het oprichten en exploiteren van een dierenpension aan een locatie te Barendrecht. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden beroep in bij de Raad van State.
Tijdens de zitting trokken appellanten enkele beroepsgronden in, maar bleven zij bezwaar maken tegen het feit dat het college de fokactiviteiten en het houden van honden ten behoeve daarvan niet had betrokken bij de milieubeoordeling, met name de geluidshinder die daarvan uitgaat. Het college stelde dat deze activiteiten hobbymatig waren en niet vergunningplichtig, en dat de vergunning daarom van rechtswege was vervallen door het Activiteitenbesluit.
De Raad van State oordeelde dat de inrichting nog steeds vergunningplichtig was omdat het houden van honden in de buitenlucht een vast onderdeel van de activiteiten is. Daarnaast concludeerde de Raad dat het college de fokactiviteiten ten onrechte niet had betrokken bij de milieubeoordeling, ondanks dat deze activiteiten extra geluidshinder veroorzaken. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig voorbereid en moest het worden vernietigd.
De Raad van State verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van het college en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende milieubeoordeling van fokactiviteiten.