ECLI:NL:RVS:2008:BG0447
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en controle legitimatiebewijs bij redelijk vermoeden illegaal verblijf
De vreemdeling werd op 13 juli 2008 aangehouden wegens overtreding van artikel 447e Sr en in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en schadevergoeding toegekend.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het proces-verbaal onvoldoende duidelijkheid gaf over het kader van de legitimatiecontrole, maar dat uit de verklaring van de vreemdeling zelf een redelijk vermoeden van illegaal verblijf kon worden afgeleid.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De stelling dat geen zicht op uitzetting bestond, werd verworpen omdat de vreemdeling onvoldoende medewerking had verleend. Ook het betoog over onvoldoende voortvarendheid van de staatssecretaris faalde.
Er werd geen schadevergoeding toegekend en geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.