Uitspraak
200304551/1is dit beleid niet onredelijk. Gelet op de historie van [appellant], zijnde een schriftelijke waarschuwing op 23 maart 2005, is de intrekking van de erkenning voor de duur van negen weken in overeenstemming met het beleid. Met de voorzieningenrechter wordt geoordeeld dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de RDW van het beleid had moeten afwijken. Het feit dat het voertuig door zowel [appellant] als later door de RDW is goedgekeurd en daarom in het concrete geval de verkeersveiligheid niet in geding was, is geen bijzondere omstandigheid, omdat het niet om de verkeersveiligheid in het concrete geval gaat, maar om de uitvoerbaarheid en de effectiviteit van het door de RDW te verrichten toezicht op de kwaliteit van de keuringen in verband met de verkeersveiligheid in het algemeen.