ECLI:NL:RVS:2008:BG1666
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering vreemdeling wegens niet voldoen aan Schengengrenscode en herstel van vormgebrek
De vreemdeling werd op 30 maart 2007 de toegang tot het Schengengebied geweigerd omdat hij niet voldeed aan de toegangsvoorwaarden uit de Schengengrenscode, met name artikel 5. Bij het besluit ontbrak het standaardformulier met de redenen van weigering, wat een vormgebrek vormde. De minister herstelde dit gebrek op 31 juli 2007 door te stellen dat de vreemdeling een gevaar voor de openbare orde vormde vanwege een overtreding van de Opiumwet en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij doorreisde naar Spanje.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het vormgebrek niet hersteld kon worden en dat de vreemdeling niet hoefde aan te tonen dat hij zou doorreizen. De Raad van State oordeelde echter dat het vormgebrek wel in administratief beroep hersteld kon worden en dat het niet uitreiken van het formulier geen afwezigheid van een besluit tot toegangsweigering betekent.
Verder stelde de Raad dat de vreemdeling, die houder is van een Spaanse verblijfstitel, wel aannemelijk moet maken dat hij daadwerkelijk doorreist naar Spanje om toegang te krijgen. Omdat de vreemdeling geen vliegticket had en zijn doorreis niet aannemelijk maakte, was de weigering terecht. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de toegangsweigering tot het Schengengebied blijft in stand.