Uitspraak
200806320/2heeft de voorzitter geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de veranderingsvergunning van 1 juli 1997 is vervallen en aan de vigerende revisievergunning rechten kunnen worden ontleend voor het houden van 5.040 vleesvarkens. Niet in geschil is dat ten tijde van het nemen van het besluit van 22 juli 2008 in de inrichting meer dan 5.040 varkens werden gehouden. Het college was daarom bevoegd ter zake handhavend op te treden. De stelling van [verzoeker] dat de stichting Anti Big Pig niet als belanghebbende kan worden aangemerkt begrijpt de voorzitter aldus dat hij daarmee aanvoert dat die stichting geen verzoek om handhaving op de voet van artikel 18.14 van de Wet milieubeheer kon indienen. Daargelaten het antwoord op de vraag of de stichting Anti Big Pig als belanghebbende kan worden aangemerkt overweegt de voorzitter dat dit niet afdoet aan de bevoegdheid van het college om handhavend op te treden.