ECLI:NL:RVS:2008:BG1858

Raad van State

Datum uitspraak
29 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200800141/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Lubberdink
  • L. Groenendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vergunning voor vellen van twee elzen nabij Meester Gerritsweg 5 te Eesveen

Het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland verleende op 26 februari 2007 een vergunning voor het vellen van twee elzen nabij het perceel Meester Gerritsweg 5 te Eesveen. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college en later door de rechtbank Zwolle-Lelystad ongegrond werd verklaard.

De appellanten stelden dat de rechtbank ten onrechte zwaar had laten wegen aan de duurzaamheid van de elzen en dat een door hen overgelegd stuk niet was betrokken bij de beoordeling. De Raad van State oordeelde dat het college grote beleidsvrijheid heeft en dat de rechtbank zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de elzen niet duurzaam waren. Het niet expliciet noemen van het stuk betekent niet dat het niet is betrokken.

Verder betoogden de appellanten dat de uitbreiding van de basisschool niet nodig was vanwege een dalend leerlingenaantal, en dat het college daarom de vergunning niet had moeten verlenen. De Raad van State stelde vast dat de bouwvergunning voor de schooluitbreiding onaantastbaar is en dat het college de vergunning voor het vellen van de elzen in redelijkheid kon verlenen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor het vellen van twee elzen bevestigd.

Uitspraak

200800141/1.
Datum uitspraak: 29 oktober 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellanten], allen wonend te[woonplaats],
tegen de uitspraak in zaak nr. Awb 07/1180 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 28 november 2007 in het geding tussen:
[appellanten]
en
het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland.
1. Procesverloop
Bij besluit van 26 februari 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland (hierna: het college) aan de gemeente Steenwijkerland vergunning verleend voor het vellen van twee elzen, staande op/nabij het perceel Meester Gerritsweg 5 te Eesveen, gemeente Steenwijkerland.
Bij besluit van 21 juni 2007 heeft het college het door [appellanten] (hierna: [appellanten]) daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 28 november 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: de rechtbank) het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 januari 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 februari 2008.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 augustus 2008, waar [appellanten A], [appellanten B] en [appellanten C] in persoon zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. In geding is de vergunning die het college heeft verleend voor het vellen van twee elzen op het perceel Meester Gerritsweg 5 te Eesveen (hierna: het perceel). De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college ter zake van de verlening van deze vergunning grote beleidsvrijheid heeft.
2.2. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte de toelichting die het college heeft gegeven met betrekking tot de duurzaamheid van de elzen zwaar heeft laten wegen en het door hen ter zitting overgelegde stuk niet bij de beoordeling heeft betrokken.
2.2.1. Het betoog faalt. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de twee elzen geen duurzame bomen zijn en heeft zich hierbij mede gebaseerd op hetgeen ter zitting zowel van de zijde van het college als van de zijde van [appellanten] is aangevoerd. Dat de rechtbank daarbij niet het door [appellanten] overgelegde stuk hebben genoemd, betekent niet dat zij hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd niet in de beoordeling heeft betrokken.
2.3. [appellanten] betogen voorts dat de uitbreiding van de basisschool niet nodig is, omdat het aantal leerlingen afneemt en dat het college hierin aanleiding had moeten zien de velvergunning niet te verlenen.
2.3.1. Dit betoog faalt eveneens. Vaststaat dat het vellen van de twee elzen nodig is voor de uitbreiding van het schoolgebouw van de openbare basisschool "De Driesprong" op het perceel. De hiervoor verleende bouwvergunning is in rechte onaantastbaar. Gelet hierop en gelet op de grote beleidsvrijheid die het college ter zake het verlenen van een velvergunning toekomt, heeft het college de velvergunning in redelijkheid kunnen verlenen. De rechtbank is tot dezelfde conclusie gekomen.
2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van Staat.
w.g. Lubberdink w.g. Groenendijk
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2008
164.