Uitspraak
200701040/1en
200701873/1is artikel 41, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet BIG een correcte implementatie van de EG-richtlijn. Deze bepaling vereist, in overeenstemming met de EG-richtlijn, een beoordeling van de door een aanvrager van een verklaring opgedane beroepservaring. De CBGV-richtlijn gaat ervan uit dat, wanneer de gevolgde opleiding het niveau heeft van vier jaar of minder wetenschappelijk onderwijs, de opgedane beroepservaring er niet toe kan leiden dat de vakbekwaamheid alsnog als nagenoeg gelijk kan worden beoordeeld, omdat het niveau van de opgedane beroepservaring daartoe niet toereikend is. In die zin is in zijn algemeenheid een oordeel gegeven over de opgedane beroepservaring. De EG-richtlijn verzet zich er niet tegen dat aan het niveau van de genoten opleiding en de opgedane beroepservaring minimumeisen worden gesteld.
200707454/1, waarnaar [appellant] verwijst, met betrekking tot een andere aanvrager om een vakbekwaamheidsverklaring heeft overwogen dat niet zonder meer kan worden volgehouden dat de gevolgde stage geen deel uitmaakt van de opleiding en om die reden de afwijzing van de aanvraag heeft vernietigd, maakt dat niet anders, reeds omdat in dat geval los van het jaar klinische stage sprake was van een nominale studieduur van diens opleiding tot arts-stomatoloog van zes jaar.
200702936/1), staat de Wet BIG eraan in de weg dat in het geval de minister van oordeel is dat de vakbekwaamheid van een aanvrager niet gelijk of nagenoeg gelijk kan worden geacht aan de vakbekwaamheid van de in Nederland opgeleide beroepsbeoefenaar, de belangen van de aanvrager van de verklaring ertoe zouden kunnen leiden dat de minister de verklaring niettemin dient af te geven.