ECLI:NL:RVS:2008:BG3368
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Konijnenbelt
- H. Troostwijk
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-belanghebbendheid bij vrijstelling en bouwvergunning voor woningbouw
Het college van burgemeester en wethouders van Dongen verleende op 6 december 2005 een vrijstelling voor de bouw van twaalf vrijstaande woningen en op 23 februari 2006 een bouwvergunning voor een woning aan een perceel in Dongen. Wederpartij maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van wederpartij gegrond, vernietigde het besluit van 23 oktober 2006 en beval een nieuw besluit.
Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of wederpartij als belanghebbende kon worden aangemerkt in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling oordeelde dat wederpartij niet rechtstreeks in zijn belang werd geraakt door de besluiten, mede gelet op de afstand van circa 250 meter tussen perceel en woning en de aanwezige beplanting die het zicht beperkt.
Daarmee was de rechtbank ten onrechte van oordeel dat wederpartij belanghebbende was. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van wederpartij alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van wederpartij wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van belanghebbendheid.