ECLI:NL:RVS:2008:BG3371

Raad van State

Datum uitspraak
30 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200806422/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Wet op de Ruimtelijke OrdeningArt. 19j Natuurbeschermingswet 1998Art. 4 lid 1 en 2 VogelrichtlijnArtikel 8:81 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan kartbaan Strijen

Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft op 15 juli 2008 besloten het bestemmingsplan "Polder Het Oudeland van Strijen, 1e herziening" goed te keuren, waarin de bestaande kartbaan aan de Voorweg in Strijen is opgenomen. Verzoeker stelde dat het college ten onrechte deze goedkeuring heeft verleend, omdat de kartbaan illegaal zou zijn en het gebied een speciale beschermingszone is volgens de Vogelrichtlijn en een milieubeschermingsgebied voor stilte volgens het streekplan.

De voorzitter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 21 oktober 2008. Het college stelde dat de kartbaan in overeenstemming moet worden geacht met een bestemmingsplan uit 1952 en dat verplaatsing niet meer mogelijk is. Hoewel het plan evident in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, heeft het college ingestemd met het bestemmen van de kartbaan.

De voorzitter betwijfelde of het gebruik van de kartbaan met het bestemmingsplan en de beschermde status van het gebied verenigbaar is, maar zag geen aanleiding tot schorsing van het besluit. Dit omdat de kartbaan beschikt over een onherroepelijke milieuvergunning en gedoogbeschikking tot eind 2009, het plan geen uitbreidingsmogelijkheden biedt, en de kartclub geen intensivering of bouwaanvragen zal doen tot de hoofdzaak is beslist.

Het verzoek om de voorlopige voorziening werd daarom afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het feit dat het huidige gebruik niet met schorsing kan worden beëindigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan voor de kartbaan in Strijen wordt afgewezen.

Uitspraak

200806422/2.
Datum uitspraak: 30 oktober 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 15 juli 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland (hierna: het college) op grond van artikel 28 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening en artikel 19j van de Natuurbeschermingswet 1998 besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Strijen (hierna: de raad) bij besluit van 18 december 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Polder Het Oudeland van Strijen, 1e herziening".
Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 augustus 2008, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 augustus 2008, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 oktober 2008, waar [verzoeker], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door ing. E. Schepers en B. de Bles, ambtenaren in dienst van de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn daar gehoord de raad, vertegenwoordigd door L. Bos, ambtenaar in dienst van de gemeente, en de kartclub Hoeksewaard, vertegenwoordigd door [voorzitter] van de kartclub.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan voorziet in een planologische regeling voor de bestaande kartbaan aan de Voorweg in Strijen.
2.3. [verzoeker] stelt dat het college ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plan en beoogt met zijn verzoek te voorkomen dat het gebruik van de kartbaan wordt voortgezet of dat de kartbaan kan worden uitgebreid. Daartoe voert hij onder meer aan dat de illegale kartbaan niet past in dit gebied, dat bij besluit van 24 maart 2000 als speciale beschermingszone, als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 (hierna: Vogelrichtlijn) is aangewezen en dat in het streekplan Zuid-Holland Zuid als milieubeschermingsgebied voor stilte is aangewezen.
2.4. Het college stelt zich op het standpunt dat de kartbaan in overeenstemming moet worden geacht met het bestemmingsplan "Uitbreidingsplan regelende de bestemming in hoofdzaak van het landelijk gebied der gemeente Strijen" uit 1952 en dat inmiddels geen zicht meer bestaat op verplaatsing van de kartbaan naar een meer geschikte locatie. Derhalve heeft het college ingestemd met het als zodanig bestemmen van de kartbaan, hoewel het plan blijkens het bestreden besluit door het college evident in strijd wordt geacht met een goede ruimtelijke ordening.
2.5. De voorzitter betwijfelt onder meer of het gebruik van de gronden voor een kartbaan wel in overeenstemming had kunnen worden geacht met voormeld bestemmingsplan en betwijfelt voorts of in dit geval, gelet op de beschermde status van het gebied, het streven tot verplaatsing van de kartbaan wel had mogen worden verlaten en had mogen worden overgaan tot het goedkeuren van het als zodanig bestemmen van de kartbaan. Hierin wordt echter geen aanleiding voor schorsing van het bestreden besluit gezien, aangezien ter zitting is vast komen te staan dat de kartbaan op dit moment beschikt over een onherroepelijke milieuvergunning die het gebruik reguleert en beschikt over een onherroepelijke gedoogbeschikking die het huidige gebruik en de huidige bouwwerken tot 31 december 2009 toestaat. Daarnaast voorziet het plan niet in uitbreidingsmogelijkheden van de huidige kartbaan en is ter zitting door de kartclub verklaard dat in ieder geval totdat de Afdeling uitspraak zal hebben gedaan in de hoofdzaak geen aanvragen zullen worden gedaan voor bouwwerken of tot het intensiveren van het gebruik.
Voor zover het verzoek er op is gericht het huidige gebruik te doen beëindigen, wordt, gelet op voormelde milieuvergunning en gedoogbeschikking, overwogen dat dit niet met schorsing van het bestreden besluit kan worden bereikt. Voor zover wordt beoogd dat op korte termijn het gebruik niet kan worden geïntensiveerd dan wel dat er geen bouwvergunningen op basis van het plan zullen worden verleend, ontbeert het verzoek, gelet op het voorgaande, spoedeisend belang.
2.6. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M. Oosting, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R. Kegge, ambtenaar van Staat.
w.g. Oosting w.g. Kegge
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2008
459.