Uitspraak
200701936/1, overweegt zij ook thans dat zij geen vrijheid ziet om te oordelen dat de Adviescommissie bezwaarschriften gerechtigd was tot inzage in de twee adviezen van het Bureau van 13 augustus 2004 en 21 april 2006.
Raad van State
De burgemeester van Den Haag weigerde vergunningen voor seksinrichtingen aan Dutch Stars op grond van de Wet Bibob vanwege een zakelijk samenwerkingsverband met een veroordeelde partij, wat ernstig gevaar voor strafbare feiten opleverde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de Adviescommissie bezwaarschriften ten onrechte inzage had gekregen in vertrouwelijke adviezen van het Bureau Bibob, wat een schending van de geheimhoudingsplicht betekende.
Desondanks bevestigde de Raad dat de burgemeester het besluit op goede gronden kon baseren en handhaafde de rechtsgevolgen van de weigering. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd.
De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan Dutch Stars. De zaak benadrukt de strikte toepassing van geheimhouding binnen de Wet Bibob en de zorgvuldige toetsing van zakelijke relaties bij vergunningverlening.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit blijven in stand.