Uitspraak
200607833/1, en van 20 februari 2008, nr.
200701692/1.
Raad van State
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft het gebied Duinen Goeree & Kwade Hoek aangewezen als speciale beschermingszone volgens de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. Hiertegen hebben LTO Noord, appellant sub 2 en appellant sub 3 beroep ingesteld. Appellant sub 3 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van een zienswijze, terwijl appellant sub 2 ontvankelijk werd verklaard omdat zijn eigendomsoverdracht na de zienswijzenterijn maar voor het beroepstermijn plaatsvond.
LTO Noord voerde aan dat de procedure onzorgvuldig was, de begrenzing onjuist, de aanwijzing verder ging dan noodzakelijk, onvoldoende onderbouwd was, en onduidelijkheden en rechtsonzekerheid veroorzaakte. De Raad oordeelde dat de minister in redelijkheid kon aanwijzen zonder gelijktijdig beheersplan, dat de begrenzing niet onzorgvuldig was vastgesteld, dat de aanwijzing binnen de wettelijke kaders viel en dat de externe werking terecht niet werd gekwantificeerd.
Appellant sub 2 stelde dat zijn percelen onterecht binnen het gebied vielen, maar de Raad stelde vast dat deze percelen als tuin waren ingericht en volgens de Nota van Toelichting niet tot het gebied behoren. De beroepen van LTO Noord en appellant sub 2 werden ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 3 is niet-ontvankelijk verklaard, de beroepen van LTO Noord en appellant sub 2 zijn ongegrond verklaard.