ECLI:NL:RVS:2008:BG4067
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- C.W. Mouton
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging ontheffing demping waterloop wegens onvoldoende motivering en strijd met beleidsregels
Het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta verleende op 2 maart 2007 een ontheffing voor het dempen van een waterloop nabij de Weimersdreef te Prinsenbeek aan TOM CV. Deze ontheffing werd aangevochten door de Vereniging Landschapsbehoud in Prinsenbeek (VLIP) en belanghebbende. De rechtbank Breda vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering en droeg het waterschap op een nieuw besluit te nemen.
TOM CV stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep op 18 september 2008. De kern van het geschil betrof de vraag of het waterschap terecht van het beleid kon afwijken dat demping van leggerwaterlopen niet is toegestaan, en of de belangenafweging voldoende was gemotiveerd.
De Afdeling oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht afweek van het beleid op grond van artikel 4:84 van Pro de Awb, omdat de waterloop formeel een leggerwaterloop is maar feitelijk niet aan de criteria voldoet. Echter, het financieel-economisch belang van TOM CV vormt geen bijzondere omstandigheid die afwijking rechtvaardigt. Bovendien ligt de waterloop in een volledig beschermd gebied waar waterhuishoudkundige ingrepen niet zijn toegestaan tenzij gericht op natuurontwikkeling, wat hier niet het geval was.
Daarom ontbrak het besluit op bezwaar van 2 maart 2007 aan een deugdelijke motivering en was het strijdig met het beschermingsbeleid. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de vernietiging door de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van TOM CV wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van het besluit van 2 maart 2007 wordt bevestigd.