Uitspraak
200303592/1), behoort, indien krachtens artikel 19, tweede of derde lid, van de WRO vrijstelling kan worden verleend, geen vrijstelling krachtens het eerste lid te worden verleend. Het stond het college derhalve niet vrij met toepassing van die bepaling vrijstelling ten behoeve van het bouwplan te verlenen, zodat het betoog van [appellant] reeds om die reden faalt. De voorgeschiedenis van het vigerende bestemmingsplan, waar [appellant] ter zitting van de Afdeling naar heeft verwezen, maakt dit niet anders.
200205076/1) terecht overwogen dat artikel 20, eerste lid, onder a, sub 3, van het Bro 1985 geen beperking inhoudt in die zin dat het moet gaan om de uitbreiding van een reeds bestaand gebouw.
200509410/1in dit geval op het standpunt stellen dat de voorziene woning geen verdergaande feitelijke beperkingen voor de bedrijfsvoering tot gevolg heeft dan de reeds bestaande beperkingen die de in het bestemmingsplan vervatte mogelijkheden en voormelde burgerwoningen al met zich brengen. In de door [appellant] gestelde beperkingen is dan ook geen reden gelegen om de vrijstelling te weigeren. Het betoog faalt.