ECLI:NL:RVS:2008:BG4443
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- P.B.J.M. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid vreemdelingenbewaring bij redelijk vermoeden illegaal verblijf passagier motorvoertuig
Op 22 september 2008 werd de vreemdeling als passagier in een motorvoertuig staande gehouden door de politie vanwege een onderzoek op grond van de Wegenverkeerswet 1994. De bestuurder werd aangehouden wegens overtreding van artikel 8 WVW Pro 1994. De vreemdeling werd gevraagd naar zijn rijbewijs met het oog op het overbrengen van het voertuig, maar gaf geen antwoord en vertoonde nerveus gedrag. De bestuurder verklaarde dat de vreemdeling de vragen niet kon verstaan, een Rus is en zijn identiteitsbewijs verloren had.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag van de vreemdeling en de verklaringen van de bestuurder een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleverden, waarop de vreemdeling op grond van artikel 50, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 kon worden staande gehouden en in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling stelde dat het vragen naar zijn identiteitsdocument onrechtmatig was en dat er geen redelijk vermoeden bestond.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat de identiteitscontrole rechtmatig was verricht in het kader van de Wegenverkeerswet 1994, waarover de vreemdelingenrechter niet bevoegd is te oordelen. Het redelijk vermoeden van illegaal verblijf was objectief vastgesteld, waardoor de bewaring rechtmatig was. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de vreemdeling terecht in vreemdelingenbewaring is gesteld op grond van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf.