ECLI:NL:RVS:2008:BG4705
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- C. Taal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling hogere geluidgrenswaarde voor woning in Beverwijk
Het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk stelde bij besluit van 14 november 2007 een hogere geluidgrenswaarde vast voor onder meer de woning van appellant. Dit besluit werd op 9 mei 2008 ter inzage gelegd. Appellant stelde beroep in bij de Raad van State en voerde onder meer aan dat zijn woon- en leefklimaat wordt aangetast door cumulatie van verschillende geluidbronnen en dat hij niet correct is geïnformeerd over het besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep ontvankelijk is omdat appellant zienswijzen had ingediend over de vaststelling van de hogere geluidgrenswaarde. De procedure was correct voorbereid en de terinzagelegging en kennisgeving voldeden aan de wettelijke eisen. Er was geen verplichting voor het college om appellant persoonlijk te informeren over het ontwerpbesluit.
Appellant stelde dat de door hem voorgestelde geluidreducerende maatregelen effectiever zouden zijn en dat cumulatie van geluidbronnen onvoldoende was meegewogen. De Afdeling stelde vast dat het college bronmaatregelen toepaste die doeltreffender zijn en dat artikel 110f Wet geluidhinder niet van toepassing was omdat de woning niet in meerdere geluidzones ligt. De overlast van vliegverkeer was niet bepalend voor het onderzoek naar cumulatie.
De Raad van State concludeerde dat het college terecht een hogere geluidgrenswaarde heeft vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de hogere geluidgrenswaarde voor de woning is ongegrond verklaard.