Uitspraak
200102172/1de uitspraak van de rechtbank van 4 april 2001 heeft bevestigd.
200502440/1), dient in beginsel te worden uitgegaan van hetgeen door de griffier is vastgelegd in het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting. In het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank van 5 februari 2008 is vermeld dat [appellant] werd vertegenwoordigd door zijn vader. Aangezien in de aangevallen uitspraak is vermeld dat [appellant] in persoon ter zitting is verschenen, voldoet de aangevallen uitspraak in zoverre niet aan artikel 8:77, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb. Er bestaat echter geen grond bestaat voor het oordeel dat [appellant] in zijn belangen is geschaad. Deze kennelijke vergissing in de beschrijving van het procesverloop is immers niet van invloed op de overwegingen die de beslissing dragen.