ECLI:NL:RVS:2008:BG4727
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S.F.M. Wortmann
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom voor verwijdering woonschip in strijd met bestemmingsplan en woonschepenverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Nijefurd legde aan appellant een last onder dwangsom op voor het verwijderen van zijn woonschip uit de Rijstervaart, omdat deze locatie volgens het bestemmingsplan en de Woonschepenverordening Nijefurd 2004 niet is aangewezen voor woonschepen. Appellant voerde aan dat hij al sinds 1983 schepen afmeerde op deze locatie en dat het schip voor een groot deel voor bedrijfsdoeleinden werd gebruikt, waardoor het niet als woonschip zou kwalificeren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het afmeren van het woonschip in strijd is met het bestemmingsplan en de verordening, en dat het schip naar zijn constructie en inrichting duidelijk als woonschip herkenbaar is. Het overgangsrecht biedt geen bescherming omdat het woonschip pas na het bestemmingsplan is omgebouwd.
Verder faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat het college al in 2001 handhavend was opgetreden en er geen toezeggingen waren gedaan die het huidige handhavend optreden zouden uitsluiten. Ook het betoog dat handhaving disproportioneel zou zijn vanwege het bedrijfsbelang wordt verworpen. De begunstigingstermijn voor verwijdering is niet onredelijk kort. De Raad van State bevestigt daarom het handhavend optreden van het college.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavend optreden van het college en verklaart het hoger beroep ongegrond.