ECLI:NL:RVS:2008:BG4745
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting werkzaamheden
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [wederpartij] een boete van €20.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond, stelde de boete vast op €12.000 en vernietigde het eerdere besluit. De minister ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof of twee vreemdelingen (sub 2 en sub 3) daadwerkelijk werkzaamheden hadden verricht. Volgens het boeterapport en verklaringen van betrokkenen was dit niet eenduidig vast te stellen; zij waren aangetroffen in een slaapkamer en verklaarden nog niet te hebben gewerkt. De minister stelde dat de omstandigheden en verklaringen wel duidden op werkzaamheden.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat onvoldoende bewijs bestond dat deze vreemdelingen arbeid hadden verricht. De minister kon niet aantonen dat de wet was overtreden ten aanzien van deze personen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan [wederpartij] en tot betaling van griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 19 november 2008 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de boete van €12.000 wordt bevestigd.