Uitspraak
200307297/1) een tuin geen geluidgevoelig object dat voor bescherming in aanmerking komt.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 21 januari 2008 een milieuvergunning aan een vergunninghouder voor het oprichten en exploiteren van een hout- en groenafvalversnipperingsbedrijf. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld door omwonenden die diverse bezwaren hadden, waaronder geluidshinder, trillingen, bodemveiligheid, geur- en stofoverlast en de naleving van luchtkwaliteitsnormen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep behandeld en overwogen dat het college terecht de geluidgrenswaarden, trillingsonderzoek, bodemvoorschriften, geur- en stofbeheersing adequaat had beoordeeld en dat deze bezwaren niet tot vernietiging van het besluit leiden. Wel oordeelde de Afdeling dat het besluit in strijd is met de op dat moment geldende luchtkwaliteitswetgeving, omdat het Besluit luchtkwaliteit 2005 als toetsingskader werd gehanteerd terwijl dit besluit was ingetrokken en vervangen door titel 5.2 van de Wet milieubeheer.
Hoewel het besluit wordt vernietigd wegens deze strijdigheid, laat de Afdeling de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de bijdrage van de inrichting aan de concentraties fijn stof (PM10) naar het oordeel van de Afdeling binnen de normen blijft. De provincie wordt verplicht het betaalde griffierecht aan de appellanten te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens strijdigheid met de luchtkwaliteitswetgeving, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.