ECLI:NL:RVS:2008:BG5078
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hernieuwde vreemdelingenbewaring zonder gewijzigde omstandigheden
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank die zijn vreemdelingenbewaring bevestigde en zijn verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling was eerder in bewaring gesteld van 15 juni 2007 tot 13 maart 2008, waarbij de bewaring werd opgeheven omdat andere belangen prevaleerden. De staatssecretaris stelde dat de duur van die eerdere bewaring doorslaggevend was voor de opheffing en dat deze niet was opgeheven wegens het ontbreken van concreet zicht op uitzetting.
De Raad van State oordeelde dat bij het opleggen van de nieuwe bewaring geen gewijzigde situatie hoefde te bestaan ten opzichte van de situatie bij opheffing van de vorige bewaring. Alle relevante omstandigheden, zoals de duur van de eerdere bewaring en de periode van vrijheid daarna, moesten worden betrokken in de belangenafweging. De vreemdeling had geen aannemelijk gemaakt dat hij inspanningen had verricht om aan zijn vertrekplicht te voldoen en er was geen bewijs dat de Surinaamse autoriteiten niet bereid waren een laissez passer af te geven.
Daarom was er geen grond om te oordelen dat de staatssecretaris niet in redelijkheid meer gewicht had kunnen toekennen aan het algemeen belang bij inbewaringstelling dan aan het belang van de vreemdeling bij invrijheidstelling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vreemdelingenbewaring bevestigd.