Uitspraak
200704211/1moet bij gebrek aan definities in een bestemmingsplan, worden aangesloten bij de door de Afdeling ter zake ontwikkelde jurisprudentie.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Emmen weigerde op 4 januari 2006 een bouwvergunning voor het vergroten van een stalling op een perceel te [plaats]. Het bouwplan was in strijd met het bestemmingsplan, maar het college kon vrijstelling verlenen op grond van de WRO. Het college baseerde de weigering op het ruimtelijke uitgangspunt dat maximaal 100 m² aan aan- en bijgebouwen is toegestaan, waarbij het woondeel van 42 m² als aanbouw werd aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde dat het woondeel van 42 m² onderdeel is van één woning en niet als aanbouw mag worden beschouwd. De Raad van State overwoog dat het bestemmingsplan geen definitie van aan- en uitbouw bevat, maar dat volgens jurisprudentie een aanbouw herkenbaar moet zijn als een afzonderlijke en ondergeschikte toevoeging. Het woondeel van 42 m² voldoet niet aan dit criterium.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het bouwplan mogelijk gemaakt omdat het maximum voor aan- en bijgebouwen niet werd overschreden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de bouwvergunning wordt vernietigd.