ECLI:NL:RVS:2008:BG5680
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Geen nieuwe vreemdelingenbewaring zonder beslissing op aanvraag verblijfsvergunning
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die de opheffing van een maatregel van vreemdelingenbewaring had bevolen. De vreemdeling was in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij de bewaring werd gewijzigd vanwege een ingediende aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.
De rechtbank had geoordeeld dat de wettelijke termijn van vier weken, bedoeld om binnen die periode een beslissing op de aanvraag te nemen, tijdens een eerdere bewaring al was benut. Hierdoor kon de bewaring niet opnieuw worden opgelegd zolang niet op de aanvraag was beslist. De staatssecretaris voerde aan dat de wetgever niet had beoogd bewaring uit te sluiten zolang geen besluit was genomen, maar juist een termijn wilde waarborgen voor het nemen van een beslissing.
De Raad van State oordeelde dat de tekst en strekking van artikel 59, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 duidelijk maken dat na het verstrijken van de termijn tijdens een eerdere bewaring zonder beslissing op de aanvraag, geen nieuwe bewaring kan worden opgelegd zolang de aanvraag nog in behandeling is. De grief van de staatssecretaris faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat geen nieuwe vreemdelingenbewaring kan worden opgelegd zolang niet is beslist op de aanvraag verblijfsvergunning binnen de wettelijke termijn.