Uitspraak
200502288/1 en 200506333/1) staat die bepaling niet in de weg aan exceptieve toetsing van algemeen verbindende voorschriften. Deze toetsing dient zich echter, gelet op het bepaalde in artikel 8:2, aanhef en onder a, van de Awb, te beperken tot de wettelijke voorschriften die aan het in bezwaar gehandhaafde besluit van 8 september 2006 ten grondslag liggen. Dit brengt mee dat de verbindendheid van artikel 95n, aanhef en onder g en k, van de APV in dit geding aan de orde kan worden gesteld omdat deze bepalingen als voorschriften in de vergunning zijn opgenomen. Artikel 95m, aanhef en onder a, van de APV, is gericht tot allen die feitelijk een seksinrichting exploiteren dan wel beheren, daargelaten of zulks vergund is. De bepaling ligt niet ten grondslag aan het in bezwaar gehandhaafde besluit tot verlening van vergunning onder het stellen van voorschriften, zodat die bepaling in deze procedure niet aan de orde kan worden gesteld. Nu het in die bepaling opgenomen verbod ingevolge artikel 95n, aanhef en onder i, van de APV grond kan vormen voor intrekking van de vergunning en laatstgenoemde bepaling wel als voorschrift in het in bezwaar gehandhaafde besluit is opgenomen, houdt de Afdeling het ervoor dat [appellant] beoogt de verbindendheid van laatstgenoemde bepaling te bestrijden.