ECLI:NL:RVS:2008:BG6188
Raad van State
- Hoger beroep
- H. G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring Unieburger wegens actuele bedreiging openbare orde
De zaak betreft de ongewenstverklaring van een Roemeense Unieburger die in Nederland verbleef en veroordeeld werd tot een gevangenisstraf wegens diefstal met geweld en overtreding van de Wet wapens en munitie. De minister verklaarde hem ongewenst en liet hem uitzetten. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat onvoldoende onderzoek was verricht naar het actuele gedrag van de vreemdeling na detentie.
De Raad van State overweegt dat het EG-Verdrag en de Richtlijn 2004/38/EG het recht op vrij verkeer en verblijf van Unieburgers waarborgen, maar dat beperkingen mogelijk zijn om redenen van openbare orde, mits deze gebaseerd zijn op het persoonlijke gedrag van de betrokkene en een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormen. Strafrechtelijke veroordelingen op zich zijn geen reden voor maatregelen.
De Raad stelt dat de staatssecretaris voldoende onderzoek heeft gedaan naar het persoonlijke gedrag en dat de ernstige aard van het gepleegde misdrijf, de omstandigheden van de overval en het recidivegevaar een actuele bedreiging voor de openbare orde vormen. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat onvoldoende onderzoek was gedaan. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.