ECLI:NL:RVS:2008:BG6193
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.A.A. Mondt Schouten
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over uitleg artikel 9 Besluit 1/80 inzake Turkse kinderen
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van haar aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning. De kern van het geschil is de uitleg van artikel 9 van Pro Besluit 1/80, dat rechten toekent aan Turkse kinderen die legaal in een lidstaat wonen en wier ouders daar legaal hebben gewerkt.
De rechtbank had geoordeeld dat artikel 9 niet Pro op de vreemdeling van toepassing is omdat haar moeder noch stiefvader als Turkse werknemer in de zin van het besluit kan worden aangemerkt. De Raad van State bevestigt dit oordeel en benadrukt dat artikel 9 voortbouwt Pro op de artikelen 6 en 7, die rechten verlenen aan Turkse werknemers en hun gezinsleden.
De Raad verwijst naar de doelstelling van Besluit 1/80 en de Associatieovereenkomst, die gericht zijn op het geleidelijk tot stand brengen van vrij verkeer van werknemers tussen Turkije en de EU-lidstaten. Jurisprudentie van het Hof van Justitie ondersteunt deze uitleg. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.