ECLI:NL:RVS:2008:BG6199
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- A.W.M. Bijloos
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens twijfel aan identiteit vreemdeling
De vreemdeling vroeg om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat de identiteit van de vreemdeling niet buiten twijfel stond, mede vanwege onjuiste verklaringen over zijn etnische afkomst. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
In hoger beroep betoogde de vreemdeling dat twijfel aan zijn etniciteit niet automatisch tot twijfel aan zijn identiteit mocht leiden en dat het ambtsbericht over Sudan onvoldoende onderbouwing bood voor het standpunt van de staatssecretaris. De Raad van State overwoog dat de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling buiten twijfel moeten staan om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning op grond van het categoriaal beschermingsbeleid.
De Raad stelde vast dat de vreemdeling zijn identiteit niet deugdelijk had aangetoond en dat de onjuiste verklaringen over zijn etniciteit aanleiding gaven om de identiteit in twijfel te trekken. Het ambtsbericht was niet doorslaggevend, maar ondersteunde het oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd wegens twijfel aan de identiteit van de vreemdeling.