ECLI:NL:RVS:2008:BG7194
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake boete Wet arbeid vreemdelingen wegens tewerkstelling zonder vergunning
Bij besluit van 5 september 2006 legde de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een boete van €8.000 op aan [wederpartij] wegens het zonder tewerkstellingsvergunning laten werken van twee werknemers. De minister herzag dit besluit deels en schrapte de boete voor één werknemer. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het besluit voor de andere werknemer.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de verklaring van één werknemer, afgelegd onder ambtseed, voldoende bewijs vormt voor de overtreding. De latere verklaring die dit tegensprak, was niet door die werknemer zelf ondertekend en minder betrouwbaar.
Verder werd geoordeeld dat [wederpartij] voldoende gelegenheid had gehad om de verklaringen te toetsen en getuigen te ondervragen, waardoor geen schending van het recht op een eerlijk proces volgens artikel 6 EVRM Pro is vastgesteld. Het verzoek om een derde getuige te horen werd afgewezen wegens gebrek aan procesrechtelijke noodzaak.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de boete voor de werknemer die daadwerkelijk zonder vergunning werkte, gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee de boete voor de overtreding gehandhaafd blijft.