ECLI:NL:RVS:2008:BG7950
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juistheid en volledigheid BMA-advies bij weigering verblijfsvergunning wegens medische gronden
De staatssecretaris van Justitie heeft een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking "medische behandeling" afgewezen. De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarbij zij twijfels uitte over de juistheid en volledigheid van het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA).
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat er concrete aanknopingspunten voor twijfel aan het BMA-advies bestaan. Het BMA-advies is op objectieve en inzichtelijke wijze opgesteld en bevatte een beoordeling dat de vreemdeling in staat is te reizen, met noodzakelijke medische voorzieningen. De door de behandelend psychiater ingediende brieven bevatten geen concrete aanwijzingen die het BMA-advies ondermijnen.
De Raad stelt dat het verschil van inzicht tussen het BMA en de behandelend psychiater over de mogelijkheden van adequate behandeling in het land van herkomst geen reden is om het BMA-advies te betwijfelen. Ook het ontbreken van aanvullend overleg tussen de staatssecretaris en de behandelend psychiater wordt niet als onzorgvuldig beoordeeld.
Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.