ECLI:NL:RVS:2008:BG8268
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- M.W.L. Simons-Vinckx
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningwijziging zwaveldioxide-uitstoot Shell Rotterdam wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland wijzigde op 6 november 2007 de milieuvergunning van Shell Nederland Raffinaderij B.V. te Rotterdam-Pernis, waarbij het emissieplafond voor zwaveldioxide werd aangepast. De Stichting Natuur en Milieu (SNM) stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het geschil en oordeelde dat het college onvoldoende zorgvuldigheid in acht had genomen bij de voorbereiding van het emissieplafond voor de periode tot 2010.
De Afdeling constateerde dat het college onvoldoende inzicht had verkregen in de mate waarin het gestelde emissieplafond overeenkwam met de voor die periode toepasselijke beste beschikbare technieken (BBT). Voor de periode vanaf 2010 oordeelde de Afdeling echter dat het emissieplafond van 5.100 ton zwaveldioxide per jaar redelijk was vastgesteld op basis van het bubble-concept en het BREF-document voor aardolie- en aardgasraffinaderijen.
Verder werd geoordeeld dat het gebruik van een vier jaar voortschrijdend gemiddelde emissieplafond, met een jaarlijkse marge van 10%, niet in strijd is met de toepassing van de BBT. Andere beroepsgronden, zoals de veroudering van de vergunning en coördinatie met andere vergunningen, werden verworpen. Het besluit werd gedeeltelijk vernietigd en het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan SNM.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid bij het emissieplafond tot 2010, met opdracht tot nieuw besluit.