Uitspraak
200405521/1heeft de Afdeling het door [appellanten] daartegen ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, die uitspraak vernietigd en het tegen het besluit van 24 april 2003 ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk weigerde op 9 januari 2001 vrijstelling en een bouwvergunning voor het bouwen van een woning met berging-carport op een perceel met bestemming 'Bos'. Na diverse bezwaar- en beroepsprocedures, waarbij onder meer de rechtbank Zutphen en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betrokken waren, bleef de weigering gehandhaafd.
Appellanten voerden aan dat de gemeenteraad het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel had geschonden door niet over te gaan tot het verlenen van vrijstelling, mede vanwege een beleidsuitspraak uit 1997 die woningbouw ter plaatse in principe mogelijk achtte. De rechtbank oordeelde echter dat het bouwplan in strijd was met het vigerende bestemmingsplan en streekplan, en dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing was omdat het provinciale beleid dit bouwplan uitsloot.
De Raad van State bevestigt deze beoordeling en overweegt dat het verzoek om een verklaring van geen bezwaar aan Gedeputeerde Staten niet zinvol was, gezien het provinciale beleid. Ook is geen sprake van schending van het rechtszekerheidsbeginsel of onzorgvuldige besluitvorming. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vrijstelling en bouwvergunning bevestigd.