ECLI:NL:RVS:2008:BG8283
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- D. Roemers
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering subsidie na misbruik en nalatigheid volgens EU-recht
De zaak betreft het hoger beroep van de Sociaal Economische Samenwerking West-Brabant (SES) tegen een uitspraak van de rechtbank Breda over de terugvordering van subsidie. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om prejudiciële beslissingen gevraagd over de bevoegdheid en voorwaarden voor terugvordering van subsidies bij misbruik of nalatigheid.
Het Hof van Justitie oordeelde dat lidstaten verplicht zijn verloren middelen terug te vorderen op grond van artikel 23 van Pro de Coördinatieverordening, ook zonder nationale grondslag. Nationale bepalingen die dit belemmeren moeten buiten toepassing worden gelaten of verordeningconform worden uitgelegd. Het vertrouwensbeginsel kan niet worden ingeroepen door een subsidieontvanger die kennelijk de regeling heeft geschonden.
De Afdeling concludeert dat de staatssecretaris bevoegd was het besluit tot subsidievaststelling in te trekken en de subsidie terug te vorderen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel door SES wordt verworpen omdat zij nalatig handelde. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, maar de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan SES vanwege de gewijzigde motivering.
Deze uitspraak benadrukt de voorrang van EU-recht boven nationaal recht bij terugvordering van onterecht betaalde subsidies en de noodzaak tot verordeningconforme uitleg van nationale regels.
Uitkomst: Het hoger beroep van SES wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de subsidie wordt bevestigd.