Uitspraak
200603048/1, en 13 augustus 2008, nr.
200704749/1, overweegt de Afdeling dat het college, in navolging van de raad, van het onjuiste uitgangspunt is uitgegaan dat alle bedrijven op het industrieterrein dienen te worden betrokken bij het bepalen van de ligging van de geluidszonegrens van 50 dB(A). Hiervoor zijn alleen relevant de gronden waarop inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, kunnen worden gevestigd. Vast staat dat niet op alle gronden van het industrieterrein dergelijke inrichtingen kunnen worden gevestigd. Dit betekent dat de ligging van de 50 dB(A)-contour niet op juiste wijze is bepaald. Hierbij acht de Afdeling nog van belang erop te wijzen dat in het bestemmingsplan "Heimanswetering" is nagelaten de aanduiding "betonfabriek" (bf) te begrenzen anders dan door de categorie-aanduiding "(IV)". Dit betekent dat dit bestemmingsplan niet uitsluit dat de betoncentrale haar bedrijfsactiviteiten uitbreidt op gronden ten zuiden van haar huidige bedrijfsgronden, daarbij mede omvattend de bedrijfsgronden van [belanghebbende], nu de voor dat bedrijf voorziene maataanduiding "metaalbedrijf" (mb) in dit bestemmingsplan evenmin is begrensd. Voor het bepalen van de geluidszonegrens kan derhalve, gelet op het thans vigerende bestemmingsplan "Heimanswetering", niet worden volstaan met de huidige bedrijfsgronden van de hiervoor bedoelde betoncentrale.