ECLI:NL:RVS:2008:BG8303

Raad van State

Datum uitspraak
24 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200800869/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • R.F.J. Bindels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 43 Wet op de Raad van State
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank Breda inzake bezwaar tegen intrekking last parachutistenlandingsplaats

Het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur heeft bij besluit van 9 februari 2007 een eerder opgelegde last aan de Eerste Nederlandse Parachutisten Club (ENPC) ingetrokken. Wederpartijen maakten bezwaar tegen dit intrekkingsbesluit, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van wederpartijen gegrond en vernietigde het besluit van het college.

Het college en de ENPC stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat wederpartijen geen rechtstreeks belang hadden bij het besluit van 9 februari 2007, omdat de percelen waarop het besluit betrekking had meer dan 2.900 meter verwijderd liggen van hun woningen en er bovendien belemmeringen zijn die het zicht op de percelen verhinderen.

De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van wederpartijen ongegrond. Tevens werd het griffierecht aan de ENPC terugbetaald. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van wederpartijen tegen het besluit van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Breda vernietigd.

Uitspraak

200800869/1.
Datum uitspraak: 24 december 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op de hoger beroepen van:
1. het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur,
2. de Eerste Nederlandse Parachutisten Club, gevestigd te Oudenbosch, gemeente Halderberge,
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 21 december 2007 in zaak nr. 07/3094 in het geding tussen:
[wederpartijen], beiden wonend te [woonplaats]
en
appellant sub 1.
1. Procesverloop
Bij besluit van 9 februari 2007 heeft appellant sub 1 (hierna: het college) na te melden aan appellante sub 2 (hierna: de ENPC) opgelegde last ingetrokken.
Bij besluit van 10 juli 2007 heeft het college het daartegen door [wederpartijen] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 21 december 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank), voor zover thans van belang, het daartegen door [wederpartijen] ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 januari 2008, en de ENPC bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 januari 2008, hoger beroep ingesteld. Het college heeft de gronden van het beroep aangevuld bij brief van 3 maart 2008.
[wederpartijen] hebben verweerschriften ingediend.
De ENPC heeft nadere stukken ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 november 2008, waar het college, vertegenwoordigd door M.L.B. Spruijt, ambtenaar in dienst van de gemeente, de ENPC, vertegenwoordigd door haar [bestuurder], en [naam een der wederpartijen] in persoon zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Bij besluit van 12 juli 2006 heeft het college op verzoek van de Vereniging voor Vogel- en Natuurbescherming Etten-Leur de ENPC op straffe van een dwangsom gelast om het gebruik van de percelen, kadastraal bekend gemeente Etten-Leur, sectie O, nrs. 1003, 1004, 1005 en 1006 (hierna: de percelen), als landingsplaats voor parachutisten vóór 1 januari 2007 te beëindigen. Die last heeft het college bij het besluit van 9 februari 2007 ingetrokken.
2.2. Het college en de ENPC betogen met succes dat de rechtbank heeft miskend dat [wederpartijen] geen belang hebben dat rechtstreeks bij het besluit van 9 februari 2007 dat ziet op het gebruik van de percelen als landingsplaats voor parachutisten en niet op al dan niet aan het vliegverkeer te stellen regels en beperkingen, is betrokken in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De percelen liggen op meer dan 2.900 meter van de woningen van [wederpartijen] verwijderd. Voorts is, nu tussen de percelen en de woningen bomen staan, niet aannemelijk dat vanuit de woningen bij deze afstand zicht op de percelen bestaat.
2.3. De hoger beroepen zijn gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van [wederpartijen] tegen het besluit van het college van 10 juli 2007 ongegrond verklaren.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
2.5. Redelijke toepassing van artikel 43, eerste lid, van de Wet op de Raad van State brengt met zich dat het griffierecht door de Secretaris van de Raad van State aan de ENPC wordt terugbetaald.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart de hoger beroepen gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Breda van 21 december 2007 in zaak nr. 07/3094;
III. verklaart het door [wederpartijen] bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond;
IV. gelast dat de Secretaris van de Raad van State aan de Eerste Nederlandse Parachutisten Club het betaalde griffierecht ten bedrage van € 428,00 (zegge: vierhonderdachtentwintig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb w.g. Bindels
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2008
85.