ECLI:NL:RVS:2008:BG8307
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boeteoplegging wegens onvoldoende bewijs arbeid zonder vergunning
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [wederpartij] een boete van €8.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het boetebesluit, omdat het boeterapport onvoldoende bewijs bood dat de vreemdeling daadwerkelijk arbeid verrichtte.
De rechtbank hield een onderzoek ter plaatse en constateerde dat het onmogelijk was om door de opening van de buitendeur de wok te zien waarin de vreemdeling zou hebben gewerkt. De minister voerde hoger beroep aan en stelde dat het boeterapport een betrouwbare weergave was en dat de rechtbank ten onrechte het onderzoek ter plaatse hield en de feiten verkeerd beoordeelde.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht strenge eisen stelde aan de bewijsvoering bij een punitieve sanctie en dat het boeterapport onvoldoende bewijs bevatte. Het onderzoek ter plaatse was gerechtvaardigd en de minister kon niet aantonen dat de vreemdeling daadwerkelijk arbeid verrichtte. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €644 en tot betaling van griffierecht van €433. De zaak benadrukt het belang van voldoende en betrouwbaar bewijs bij boeteopleggingen op grond van de Wav.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.