ECLI:NL:RVS:2008:BG8601

Raad van State

Datum uitspraak
22 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200808470/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M. Oosting
  • R.I.Y. Lap
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 5:15 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen aangekondigde bedrijfscontrole

Het college van burgemeester en wethouders van Den Helder heeft bij brief van 13 oktober 2008 een bedrijfscontrole aangekondigd in de inrichting van verzoekster. Verzoekster stelde bezwaar tegen deze brief, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevatte.

Verzoekster heeft vervolgens bij de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de aangekondigde controle te voorkomen. De voorzitter behandelde het verzoek op 8 december 2008 en oordeelde dat de brief slechts een aankondiging van voorgenomen feitelijk handelen is en geen besluit in de zin van de Awb. De toezichthouders hebben op grond van artikel 5:15 Awb Pro al de bevoegdheid om plaatsen te betreden en zich zo nodig met behulp van de sterke arm toegang te verschaffen, zonder dat daarvoor een apart besluit nodig is.

Daarom kan tegen de brief geen bezwaar worden gemaakt en is het verzoek om voorlopige voorziening ongegrond. De voorzitter wees het verzoek af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de aangekondigde bedrijfscontrole wordt afgewezen omdat de brief geen besluit in de zin van de Awb is.

Uitspraak

200808470/2.
Datum uitspraak: 22 december 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekster], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Helder,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij brief van 13 oktober 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Helder (hierna: het college) een bedrijfscontrole aangekondigd in de inrichting van [verzoekster] aan de [locatie] te [plaats].
Bij besluit van 13 november 2008 heeft het college het door [verzoekster] hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen dit besluit heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 november 2008, beroep ingesteld.
Bij deze brief heeft [verzoekster] tevens de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 december 2008, waar [verzoekster], in persoon en bijgestaan door mr. G.L.J.J. Keulers en E. van der Veen, en het college, vertegenwoordigd door M.A.M. Rodenburg, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Awb, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van die wet, voor zover hier van belang, kan een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken.
Ingevolge artikel 5:15, eerste lid, van de Awb is een toezichthouder bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, elke plaats te betreden met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner.
Ingevolge het tweede lid van dit artikel verschaft hij zich zo nodig toegang met behulp van de sterke arm.
2.3. Bij besluit van 13 november 2008 heeft het college het bezwaar van [verzoekster] tegen de brief van 13 oktober 2008 niet-ontvankelijk verklaard, nu deze brief volgens het college geen besluit behelst als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.
2.3.1. De brief van 13 oktober 2008 bevat een aankondiging van een in het kader van de Wet milieubeheer uit te voeren bedrijfscontrole in de inrichting van [verzoekster], met daarbij de aankondiging dat de toezichthouders, wanneer hun geen toegang tot de inrichting wordt verschaft, zich zonodig met behulp van de sterke arm toegang zullen verschaffen. Nu de bevoegdheid van de toezichthouders om elke plaats te betreden en zich zo nodig toegang te verschaffen met behulp van de sterke arm reeds voortvloeit uit artikel 5:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, zodat voor het bestaan van die bevoegdheid geen nader besluit vereist is, kan de brief van 13 oktober 2008 niet worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, doch alleen als een aankondiging van voorgenomen feitelijk handelen. Nu daarom, gelet op het bepaalde in artikel 8:1, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van die wet, geen bezwaar openstond tegen deze brief, verwacht de voorzitter dat de Afdeling in de bodemprocedure zal oordelen dat het college het bezwaar van [verzoekster] tegen de brief van 13 oktober 2008 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2.4. Reeds hierom bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M. Oosting, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, ambtenaar van Staat.
w.g. Oosting w.g. Lap
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2008
288.