ECLI:NL:RVS:2008:BG8646
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- W. van den Brink
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning import en uitzaaien schelpdieren in Oosterschelde wegens onvoldoende passende beoordeling
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verleende aan de Vereniging van Importeurs van Schelpdieren een vergunning voor het importeren en uitzaaien van mosselen en platte oesters uit Ierland en het Verenigd Koninkrijk in de Oosterschelde. De stichting De Faunabescherming maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de passende beoordeling onvoldoende was en dat schadelijke organismen geïntroduceerd konden worden, wat het ecosysteem zou kunnen aantasten.
De Raad van State oordeelde dat de Faunabescherming als belanghebbende kon worden aangemerkt en dat de passende beoordeling en het onderliggende IMARES-rapport onvoldoende zekerheid boden dat de vergunning geen schadelijke gevolgen zou hebben. Er waren beperkingen in het onderzoek, zoals beperkte monsterneming en onzekerheden over de effecten van uitheemse soorten. Ook de voorschriften bij de vergunning boden onvoldoende garanties tegen introductie van schadelijke exoten.
De Raad stelde vast dat de minister onvoldoende had onderbouwd waarom voor de meeste gebieden zekerheid kon worden verkregen dat geen schadelijke effecten zouden optreden. De vergunning werd daarom vernietigd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de Faunabescherming.
Uitkomst: Het beroep van de Faunabescherming is gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening is vernietigd.