ECLI:NL:RVS:2008:BG9488
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken tijdige overlegging paspoort
De staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, omdat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat een ander land verantwoordelijk was voor de behandeling van zijn aanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 3.114 van het Vreemdelingenbesluit 2000 van de vreemdeling wordt verlangd dat hij bij de aanvraag documenten overlegt die zijn identiteit, nationaliteit en reisroute onderbouwen. Het paspoort, afgegeven op 31 maart 2006, had volgens de Raad van State reeds in de besluitvormingsfase overlegd moeten worden. De rechtbank had ten onrechte het paspoort als nieuw feit betrokken bij de beoordeling.
Verder stelde de Raad van State vast dat de door de vreemdeling overgelegde foto's en dvd onvoldoende bewijs vormden voor zijn stelling dat hij langer dan drie maanden buiten het grondgebied van de lidstaten verbleef. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd wegens het niet tijdig overleggen van het paspoort.