ECLI:NL:RVS:2008:BG9496
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling eigen verantwoordelijkheid vreemdeling voor identificatiedocument bij geen rechtmatig verblijf
De zaak betreft een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en verzocht om een document waarmee hij zich kan legitimeren. De staatssecretaris wees dit verzoek af op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat alleen vreemdelingen met rechtmatig verblijf recht hebben op een dergelijk document.
De rechtbank had het besluit van de staatssecretaris vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 niet uitsluit dat vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf een legitimatiebewijs kunnen krijgen.
Verder werd geoordeeld dat het niet aan de staatssecretaris is om zorg te dragen voor een document waarmee de vreemdeling aan de identificatieplicht kan voldoen; deze verantwoordelijkheid ligt bij de vreemdeling zelf. Ook al erkent de staatssecretaris dat het voor de vreemdeling moeilijk is om een identiteitsdocument bij de Turkse autoriteiten te verkrijgen, verandert dit niets aan de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om een legitimatiebewijs wordt bevestigd.