ECLI:NL:RVS:2009:BG9029
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens termijnoverschrijding
De Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig voor alle categorieën bij besluit van 12 maart 2007. Appellant diende een bezwaarschrift in dat door het CBR niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij zijn rijbewijs nodig heeft om weer maatschappelijk te functioneren en dat hij geen financiële middelen heeft voor een nieuw rijbewijs. Tevens voerde hij aan dat zijn drugsgebruik en ontwenningsproblemen destijds zijn functioneren belemmerden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat deze omstandigheden niet leiden tot een verschoonbare termijnoverschrijding. Appellant had iemand moeten aanwijzen om voor zijn post te zorgen.
Omdat artikel 6:7 Awb Pro van openbare orde is, kan het CBR niet afwijken van de termijn en moet niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd blijven. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar blijft gehandhaafd.